Zilverbekje

zilverbek

Het zilverbekje (Euodice cantans) is een zangvogeltje behorend tot de familie van de prachtvinken. Zijn verspreidingsgebied is Afrika.

Uiterlijk

Het mannetje van het zilverbekje is moeilijk te onderscheiden van het vrouwtje, soms is het vrouwtje wat donkerder, maar alleen de man zingt. De totale lengte van het zilverbekje is van kopje tot staart ongeveer 11 centimeter. Ze vertonen ook veel gelijkenis met het loodbekje. De snavel van het zilverbekje is lichter van kleur (zilverkleurig) dan die van het loodbekje en de stuit is zwart. Bij het loodbekje is de stuit wit. Er zijn diverse kleurslagen: donkerbuik zilverbekje, bruin zilverbekje, donkerbuik bruin zilverbekje en effen witte vogels de z.g. ino's.

Sociaal

Het is een levendige, sociale en verdraagzame vogel, die goed in een gemengde voličre gehouden kan worden. Meerdere koppels samen houden in een voličre heeft de voorkeur boven een enkel koppeltje.

Verzorging

Het zijn vrij geharde en sterke vogels die in niet al te strenge winters ook in een buitenvoličre gehouden kunnen worden, als ze maar beschutting kunnen vinden in een geďsoleerd nachthok. Het menu bestaat uit zaadmengsel voor kleine tropische vogels, onkruidzaad, grit, gekiemde zaden, trosgierst en heel spaarzaam wat groenvoer. Eivoer kan gegeven worden tijdens de kweek. Vanzelfsprekend is scherpe maagkiezel noodzakelijk voor de vertering van de zaden. Daarbij moet vers drinkwater en grit altijd ter beschikking staan.

Kweek

Zorg dat er hooi, sisal- en kokosvezel voorhanden is dan bouwen ze zelf een zacht nestje in kleine broedkastjes of verlaten nesten van andere vogels, waarin vier tot zes eitjes worden gelegd, die zowel door het mannetje als door het vrouwtje worden uitgebroed. De jongen blijven nog minimaal drie weken in het nest en worden daarna ook nog ongeveer twee weken door beide ouders verzorgd.

Het zilverbekje is een goed en gemakkelijk vogeltje voor beginnende kwekers. Bovendien zijn ze beroemd om hun pleegouderschap. Eitjes van ander vogels, die wat moeilijker blijven broeden, kunnen gemakkelijk ondergeschoven worden en dit geeft ook geen enkel probleem zoals met de eieren van de gordelgrasvink gedaan kan worden.