Gouldamadine

gouldamadine

De Gouldamadine (Chloebia gouldiae) is een zeer kleurrijk vogeltje uit de familie van de prachtvinken (Estrildidae) oorspronkelijk afkomstig uit Australië. Er zijn drie vormen van, namelijk de Roodkop Gouldamadine, de Zwartkop Gouldamadine en de Oranjekop Gouldamadine. Er zijn enkele andere kleurenvarianten bekend, zoals de Geel-witborst, de gewone gele variant (gele gouldamadine), de witborst (heeft witte borst in plaats van paarse borst van normale variant), pastelkleurige gouldamadines (lichte tinten en grijs schedeltje). Er bestaat ook een zwartkop blauw overgoten, deze heeft vage kleuren met overwegend witte en lichtblauwe tinten. Er bestaan ook effen witte exemplaren, evenals de kleurslag bruin.

Het schedeltje en de wangen zijn scharlakenrood (bij de zwart- of oranjekop uiteraard zwart of oranje). Om het kopje een smalle turquoiskleurige band. Borst violet, onderborst oranjegeel op de buik lichter wordend tot wit. De rug en vleugels zijn grasgroen. De romp is lichtblauw, de staart is zwart en de twee middelste veren zijn iets langer. Het vrouwtje heeft de kleuren rood en oranjegeel iets minder fel en de borst is meer lila dan violet. Zijn totale lengte, van kop tot puntje van de staart, is 12 à 15 centimeter.

Deze vogel is vrij zeldzaam en kostbaar, en moeilijk te acclimatiseren in gematigde streken of ze moeten daar gekweekt zijn. Het is beslist geen "beginnersvogel". Ze moeten gehouden worden bij temperaturen tussen 15 en 25 °C. Hierdoor kunnen ze in de winter niet buiten overblijven, hoewel er een kleine groep kwekers is die hun vogels leren wennen aan de lagere temperaturen in de winter. Het voedsel van de gouldamadine bestaat uit een goed zaadmengels voor tropische vogels en diverse soorten milletzaad, kleine insecten, vogelmuur een trosgierst. Wat voor vrijwel alle vogels geldt, dus ook voor de gouldamadine, dat grit en maagkiezel altijd voor het oppikken ligt, evenals vers drinkwater, dat altijd ter beschikking moet staan. Gouldamadines kunnen het beste gehouden worden in een grote volière, want ze houden van de zon. Beplanting is niet noodzakelijk, maar wordt wel gewaardeerd door de vogel. Omdat de gouldamadine de reputatie heeft een slechte broeder te zijn, worden hiervoor Japanse meeuwtjes ingezet. Puristen, verenigd onder de clubnaam Natuurbroed, zijn echter bang dat het moederinstinct door deze wijze zal degenereren. Zij kweken jongen zonder broedmachine of gastouders. Jonge gouldamadines (juveniel) zijn bruinachtig. Het kan soms lang duren, tot wel 9 maanden vooraleer hij de kleur heeft die oudervogels hebben. In Nederland is een Speciaalclub die zich bezighoud met de natuurbroedkweek van Gouldamadines. Dit is de vereniging Speciaalclub Natuurbroed Gouldamadines Nederland de SNGN.